|
Suleica en Orion, een fantastisch verhaal.
In 1958/59
besluit de firma ´´Kunststofftechnik Ferdinand Schäfer`` in Detmold, een
lichtgewicht caravan van GFK te bouwen. Ervaring met het bouwen van
voorwerpen met behulp van met glasvezel versterkte kunststoffen was al
meer dan tien jaar aanwezig.
Op de
tekentafel ontstond een aandacht trekkende caravan met een opbouwlengte
van 4,30m, een gewicht van zo´n 560kg en een toegelaten totaal gewicht
van 800kg. Modelnaam: F430.
Ronde, bijna
vrouwlijke vormen domineerden dit model. Op de hoeken bevonden zich
bolle ramen, boven een lantaarndak, vanonderen een 14cm dikke, holle,
goed isolerende vloer, kortom, het hele ontwerp beloofde een caravan die
jaren mee kon. Het ontwerp was zo sterk dat er een patent op werd
verleend in binnen- en buitenland. De eerste presentatie was in 1962 en
daarna werd het model in serie gebouwd tot 1968. Met het oog op de
presentatie in het Duitse tijdschrift “AUTO-MOTOT-SPORT” werd de naam “SUPERLEICHTCARAVAN”
door de bekende journalist Fritz B. Busch, met instemming van de Hr
Schäfer, verkort tot “SULEICA”
Een naam die altijd is blijven bestaan. Bijna een Koosnaam.
Het chassis,
uitgerust met torsievering en oplooprem werd geleverd door de firma
Hahn. De opbouw werd van polyester gemaakt. Hiervoor bekleedden de
medewerkers diverse mallen puur handmatig met in polyester gedrenkte
glasmatten en lamineerden deze na het uitharden aan elkaar en met, het
eveneens zo geproduceerde bodemdeel. De isolatie van de caravan bestond
uit ´´Stepptex – folie´´ die op een laag piepschuim werd gelijmd. De
inrichting komt overeen met een nu nog veelgebruikte indeling, namelijk
achterin een tweepersoonsbed dwars geplaatst, in het midden aan een
zijde een keuken met koelkast en een tweepits gasstel, aan de andere
zijde, een royale kleerkast of naar keuze een kleinere kast met
daarnaast een toilet ruimte. De kachel werd afhankelijk van de gekozen
uitvoering naast de deur of voor de kleine kast geplaatst. De meubelen
werden opgebouwd uit 3mm berken triplex plaatjes verlijmd op dunne
latjes. Alle ramen, ook de gebogen ramen waren dubbel uitgevoerd. Prijs:
7900,00 DM. (Ter vergelijking: een Ford Taunus 12M koste 5395,00 DM)
Later kwamen
er andere opbouwlengtes ter beschikking. In serie werd eveneens een
5,00m variant gebouwd, de F500 die van 1968 t/m 1974 bestond. De F430
werd zelfs nog als ´´Schwimmwagen´´ dus als varende caravan gebouwd en
door een toendertijd bestaande varende auto met de naam ´´Amphicar´´
door een meer gesleept. Vanaf 1967 werd een tandem-asser met een
opbouwlengte van 6,00m en later 6,30m aangeboden. Wat betreft caravans
eindigden hiermee de activiteiten. Als prototypen werden nog varianten
met opbouwlengte van 3,40m, 6,00m en 6,30m en een Suleica model QT op
basis van de carrosserie van een Orion 2 of 3 gemaakt, maar verder dan
een prototype is men niet gekomen, wel bestaan deze wagens nog steeds.
Op de
caravansalon van 1967 te Essen werd de eerste camper aangeboden met het
typenummer HS 68. Het was een samenbouw van een aangepaste Suleica F430
met een Hanomag F20 Chassis, later nogmaals gebouwd met een Suleica
G500. De Suleica werd eenvoudig achter de oorspronkelijke
bestuurderscabine gemonteerd in plaats van de laadbak. Toendertijd kan
het er modern uit hebben gezien, naar huidige maatstaffen ziet het er
wat samengeraapt en olijk uit.
In 1968
onstond de door Ing. Dr. Freise ontworpen varende camper met de naam
Orion. Op een aangepast chassis van een volkswagen busje type 26 werd
een aangepaste opbouw van een Suleica G500 gemonteerd. Er ontstond een
nieuw front met de ronde koplampen van Tempo –Matador en een onderkant
met een bootvorm. Achter bevond zich een vast gemonteerde propeller.
Maar met
deze constructie ging het net zo als met het houten reuzenvliegtuig
``Spruce Goose`` van Howard Hughes. Eén keer ter presentatie door een
haven gevaren en dan in de vergetelheid geraakt. Wel bestaat dit
prototype nog steeds op VW basis en is weliswaar, zonder
vaaraandrijving, nog op de weg te zien.
In 1969
ontstond nog een prototype van de Orion, deze keer op een Matadorchassis
type F20 met een 50 pk dieselmotor van de firma perkins en een
opbouwlengte van 6,00m. Het front had nu geen bootvorm meer en ook geen
schroef meer om te kunnen varen. Dit model is in serie gebouwd tot
1974.
De
inrichting had veel weg van de Suleica G500. Achterin een zithoek met
lange tafel en vaak zelfs met rondzit. In het midden een grote
wc/wasruimte. Een keukenblok met koelkast. Verder een kledingkast met
Truma kachel en hete lucht ventilatie systeem. Meubelen uit spaanplaat
met kersendecor. Aan de bestuurderskant van de wagen was er de
mogelijkheid voor meer slaapplaatsen. Twee spanten met bijbehorende
deuren deelde het voortuig in drieën, één op de grens van de keuken en
de grote zithoek en de andere achter de bestuurdersruimte.
Wel was de
klant koning, op wens van de klant was van alles mogelijk wat betreft
de indeling, daardoor heeft bijna elke Orion zijn eigen unieke indeling.
Zelfs opbergruimtes in de vloer ( van binnen uit bereikbaar) waren
mogelijk.
Een
verandering aan het front van de camper kwam toen er werd overgegaan op
het chassis van de firma Hanomag/Henschel. De koplampen werden nu
rechthoekig en het front leek nu op de Hanomag Garant. Maar de link met
de VW bus bleef bij de Orion I door het gebruik van de achterlichten van
de VW. Dit met gevolg dat nieuwsgierigen zich nog wel eens afvragen of
het een verstopte Mercedes of uitgebouwde VW is. De benzine motoren
kwamen van Austin, type A60, 1536ccm met 54pk of van de A70 met 1800ccm
met 70pk of de diesels van Mercedes, type 200/220 met 55/60pk.
Aandrijving was op de voorwielen wat als gevolg had dat de draaicirkel
behoorlijk groot was. Mercedes leverde later het onderstel toen
Hanomag/Henschel door Mercedes was overgenomen, type L206/306 DG diesel
of L207 benzine.
Twee branden
bij de Firma Schäfer in 1972 en 1974 leidden tot aanzienlijke schade. De
mallen van de Suleica en Orion werden zwaar beschadigd. De productie van
de Suleica werd om kosten te besparen naar Hongarije verplaatst.
Desondanks
startte in 1974 de productie van het model Orion II. Het model was
rechthoekiger zoals destijds de mode was, weliswaar zonder de
karakteristieke bolle hoekvensters maar met grotere zijramen en een veel
groter achterraam, ook het lantarendak bleef behouden. En een jaar later
verscheen het verkorte model, de Orion 500.
In 1978 werd
de productie van de onderstellen bij Mercedes gestopt en kwam er een
nieuw modern model op de markt, type 207/208 met achterwiel-aandrijving.
Nu verscheen de Orion III met een front waarin de vorm van de nieuwe
Mercedes herkenbaar was. Het interieur bleef sterk lijken op de Orion 2
maar in de bestuurdersafdeling verschenen moderne draaibare stoelen. En
natuurlijk was er de keus uit alle beschikbare motorvariaties tot en met
de 5 cilinder motoren en automatische versnellingsbakken.
Ik heb het
idee dat de omstandigheden het onmogelijk maakte om op den duur de
productie van deze prachtige voertuigen voort te zetten: steeds strenger
wordende voorschriften in de voertuigenbouw en natuurlijk de hoge
productie kosten. Er waren ongeveer 800 werkplaats uren nodig om één
voertuig in handwerk te bouwen, daardoor waren de laatste Orions extreem
duur. (Een voluitgeruste Orion 3 koste meer dan 100.000 DM). Daarbij
komt nog, dat de Fa. Schäfer als gevolg van de verliezen, ten gevolgen
van de brand,het bedrijf moest opgeven. Een poging om het bedrijf te
redden door BMW garage Fa. Depping uit Detmold, die de leiding van het
bedrijf onder de naam TFG (Teutoburger Fahrzeugwerke und Gerätebau GmbH)
korte tijd over nam, mocht door verschillende oorzaken niet meer baten.
Er is nog
een scala aan varianten en prototypen van Suleica´s en Orion´s gebouwd
maar als deze modellen allemaal behandeld zouden worden zou het een
eindeloos verhaal kunnen worden.
De laatste
Orion, een type II 500, is bij Teutoburger Fahrzeugwerken 1987 gebouwd.
Ingericht als kantoorwagen en camper. Na deze laatste actie sloten de
fabrieksdeuren zich voor altijd.
Voor meer details beveel ik het boek van Clublid Clemens
B. Rintelen aan. Het boek heet
``Das patentierte Leichtgewicht´´ en bevat vele foto´s en
beschrijvingen.
Schrijver van dit bericht:
Stefan Kock, CAD-construkteur a.D.
Eigenaar van een Orion 600 type I (L306D omgebouwd op basis van een
MB100)
In het
nederlands vertaald door de Arjen Monsees
|